Hoogbegaafdheid bij kinderen

Onderpresteren bij een hoogbegaafd kind: oorzaken en wat helpt


Alice Tol, hoogbegaafdheidsspecialist bij Praktijk BAMM
door Alice Tol Hoogbegaafdheidsspecialist, moeder van vier hoogbegaafde dochters
Onderpresteren bij hoogbegaafdheid: wat helpt

Laatst bijgewerkt op

Onderpresteren bij een hoogbegaafd kind is een van de meest verwarrende dingen die je als ouder kunt meemaken. Je weet dat je kind veel kan. Thuis verslindt je zoon of dochter boeken over de Romeinen en stelt vragen waar jij geen antwoord op hebt. Maar op school vallen de cijfers tegen, is het werk slordig en noemt de juf je kind “niet zo’n sterke leerling”.

Als er één ding is dat ik ouders wil meegeven, dan is het dit: lage cijfers bewijzen niet dat je kind niet hoogbegaafd is. Ze bewijzen vaak dat er iets in de weg zit. In deze blog lees je wat onderpresteren bij hoogbegaafdheid is, hoe je het herkent, waarom het ontstaat en wat je eraan kunt doen. Thuis én op school.

Wat is onderpresteren?

Onderpresteren betekent dat een kind structureel minder laat zien dan het kan. Er zit een gat tussen wat het kind in huis heeft en wat eruit komt. Bij hoogbegaafde kinderen is dat gat soms enorm: een kind dat de stof van twee groepen verder begrijpt, haalt onvoldoendes voor rekenen.

Er zijn twee vormen:

Relatief onderpresteren

Je kind haalt gewone of zelfs goede cijfers, maar ver onder wat het zou kunnen. School ziet geen probleem: het gaat toch prima? Juist daarom wordt deze vorm bijna nooit herkend.

Absoluut onderpresteren

Je kind haalt onvoldoendes, blijft zitten of krijgt een te laag schooladvies. Hier ziet iedereen dat het misgaat, maar vaak wordt de verkeerde conclusie getrokken: “het zit er niet in.”

Onderpresteren is geen luiheid en geen gebrek aan motivatie, ook al lijkt het daar sterk op. Het is een overlevingsstrategie van een kind dat ergens in het systeem is vastgelopen.

Een onderpresterend kind is niet gestopt met kunnen. Het is gestopt met laten zien wat het kan.

Hoe herken je een onderpresterend hoogbegaafd kind?

Zoek je op “onderpresteren hoogbegaafd”, dan ben je waarschijnlijk al een tijdje aan het puzzelen. Ouders herkennen het vaak aan het verschil tussen thuis en school. Thuis een kind dat nieuwsgierig, scherp en creatief is. Op school een kind dat erdoorheen zakt. Deze signalen zie je vaak:

  • Thuis veel weten en begrijpen, op school tegenvallende resultaten
  • Slordig werk, veel “domme” fouten, taken niet afmaken
  • Geen huiswerk maken, of het pas op het laatste moment half doen
  • “Ik heb geen zin”, “het is saai”, “wat heb ik eraan”
  • Goed in dingen die het kind zelf kiest, slecht in wat moet
  • Toetsen slechter maken dan het werk in de klas, of juist andersom
  • Wisselende prestaties: de ene week een 9, de andere week een 4
  • Weinig zelfvertrouwen, ondanks dat het kind veel kan
  • Clownesk gedrag, of juist stil en onzichtbaar worden
  • Thuis boos of verdrietig zijn na school, zonder dat het kind kan zeggen waarom

Twijfel je of je kind hoogbegaafd is? Lees dan eerst is mijn kind hoogbegaafd? voor de kenmerken per leeftijd, of doe de hoogbegaafd kind test.

Waarom hoogbegaafde kinderen gaan onderpresteren

Onderpresteren heeft bijna nooit één oorzaak. Meestal komen er een paar samen. Dit zijn de oorzaken die ik in mijn praktijk het vaakst zie:

1. Nooit leren leren

Een hoogbegaafd kind hoeft jarenlang niets te doen voor school. Het snapt alles na één uitleg. Het leert dus niet hoe je iets aanpakt wat je níet meteen snapt. Komt dat moment, vaak in de bovenbouw of in de brugklas, dan heeft het geen gereedschap. En in plaats van te leren, haakt het af.

2. Aanpassen om erbij te horen

Veel hoogbegaafde kinderen merken al jong dat ze anders zijn. Sommige gaan zich aanpassen: niet te veel weten, niet te snel klaar zijn, niet opvallen. Na een paar jaar aanpassen wéét het kind niet meer wat het kan. Dit zie je opvallend vaak bij meisjes, die vaak beter zijn in onzichtbaar worden.

3. Verveling en te weinig uitdaging

Als de stof te makkelijk is, is er geen reden om je best te doen. Het kind leert dat school iets is wat je uitzit. Dat is geen houding die het kiest; het is een conclusie die het trekt uit jarenlange ervaring.

4. Faalangst en perfectionisme

Liever niet proberen dan falen. Een kind dat bang is om door de mand te vallen, kan ervoor kiezen om niets meer te laten zien. Dan kan het ook niet mislukken. Hierover schreef ik meer in faalangst bij kinderen.

5. Een disharmonisch profiel

Veel hoogbegaafde kinderen begrijpen razendsnel, maar werken traag: schrijven, plannen, uitwerken. Het hoofd is al drie stappen verder, de handen komen niet mee. Dat is enorm frustrerend, en frustratie leidt tot opgeven.

6. Strijd met school of met thuis

Soms wordt niet-presteren een manier om nee te zeggen. Tegen een leerkracht die het kind niet ziet, tegen regels die het onzinnig vindt, of tegen de druk die het thuis voelt. Het is de enige plek waar het kind de controle heeft.

7. Iets anders dat meespeelt

Dyslexie, ADHD, hoogsensitiviteit, een moeilijke thuissituatie. Bij hoogbegaafde kinderen wordt dat vaak laat gezien, omdat ze het jarenlang compenseren met hun slimme hoofd. Tot het niet meer lukt.

De vicieuze cirkel van onderpresteren

Het nare van onderpresteren is dat het zichzelf versterkt. Het kind presteert onder zijn kunnen. School ziet een gemiddelde of zwakke leerling en stelt de verwachtingen bij. Het kind krijgt minder uitdaging, verveelt zich meer en presteert nog minder. Na een paar jaar gelooft het kind zelf ook dat het niet zo slim is. En een kind dat denkt dat het niet slim is, gaat zich daarnaar gedragen.

Daarom is het zo belangrijk om de cirkel vroeg te doorbreken. Hoe langer een kind onderpresteert, hoe meer het patroon vastzit, en hoe meer het zelfbeeld eronder lijdt.

Herken je je kind hierin?

Doe de hoogbegaafd kind test: zestien situaties uit mijn praktijk, in twee minuten. Je ziet meteen waar het bij jullie vooral zit: in het denken, het voelen, thuis of op school.

Wat niet helpt bij onderpresteren

Zo liever niet

Straffen voor slechte cijfers. Belonen voor goede cijfers. “Je kunt het best als je je best doet.” Bijles in de stof die het kind allang snapt. Nog meer herhaling.

Zo wel

Eerst begrijpen wat er speelt. Het kind laten merken dat je het ziet, ook zonder cijfers. Uitdaging in plaats van herhaling. Leren hoe leren werkt.

Straffen en belonen werken niet, omdat het probleem niet in de wil zit. Een onderpresterend kind wil vaak wél, maar kan niet meer bij zijn eigen kunnen. Bijles in de stof helpt ook niet, want aan de stof ligt het niet. Het ligt aan de aanpak, de motivatie en het zelfbeeld. Daar moet je aan werken.

Herken je dit bij je kind?

In een gratis kennismaking van 20 minuten vertel je wat er speelt en kijken we samen wat jullie kan helpen. Je zit nergens aan vast.

Wat je thuis kunt doen

  1. Ga naast je kind staan, niet tegenover. Niet “waarom heb je weer een 5?”, maar “ik zie dat school niet lekker gaat. Hoe is dat voor jou?” Een kind dat zich begrepen voelt, gaat praten. Een kind dat zich beoordeeld voelt, klapt dicht.
  2. Zoek waar de energie zit. Waar is je kind thuis wél uren mee bezig? Lego, dinosaurussen, programmeren, tekenen? Daar zit het kunnen nog. Geef dat ruimte, en waardeer het hardop. Dat houdt het zelfbeeld overeind.
  3. Leer je kind hoe leren werkt. Niet de stof, maar de aanpak. Hoe begin je aan iets moeilijks? Hoe plan je een werkstuk? Wat doe je als je het niet snapt? Dat heeft je kind nooit geleerd, omdat het nooit nodig was.
  4. Vier inzet, niet resultaat. “Je hebt het geprobeerd” is waardevoller dan “wat een mooi cijfer”. Je kind moet weer ervaren dat moeite doen iets oplevert.
  5. Laat het zelf kiezen waar het kan. Hoogbegaafde kinderen willen autonomie. Niet “je gaat nu huiswerk maken”, maar “wanneer wil je het doen, voor of na het eten?” Kleine keuzes voorkomen grote strijd.
  6. Wees eerlijk over hoogbegaafdheid. Vertel je kind wat het is en wat het betekent. Veel onderpresterende kinderen zijn opgelucht als ze horen dat ze niet dom of lui zijn, maar dat er iets anders speelt. Wat hoogbegaafdheid inhoudt, lees je in hoogbegaafdheid bij kinderen.

Wat school kan doen bij onderpresteren

Zonder school lukt het niet. Een kind dat thuis weer opbloeit, maar op school nog steeds vijf uur per dag zinloze herhaling krijgt, blijft onderpresteren. Wat helpt:

  • Compacten en verrijken. Minder herhaling van wat het kind al kan, en de vrijgekomen tijd gebruiken voor écht uitdagend werk. Niet “extra sommen”, maar iets waar het kind moeite voor moet doen.
  • Kijken naar het kunnen, niet naar het presteren. Een leerkracht die ziet wat er achter de slordige fouten zit, kan het kind weer meenemen. Een leerkracht die alleen het cijfer ziet, bevestigt het zelfbeeld.
  • Een klein experiment. Vraag school om twee weken iets te proberen: minder herhaling, een moeilijker opdracht, een eigen project. Kijk wat er met de motivatie gebeurt. Dat overtuigt meer dan elk gesprek.
  • Niet wachten op bewijs. School mag een onderzoek vragen, maar hoeft er niet op te wachten om iets te veranderen. Een kind dat onderpresteert, laat juist in een test niet zien wat het kan.

Loopt het gesprek met school vast? Ik werk ook met leerkrachten en intern begeleiders. Soms helpt het als iemand van buiten uitlegt wat er bij je kind speelt, en meedenkt over wat er in de klas kan.

Testen bij onderpresteren

Veel ouders willen een intelligentietest om te bewijzen dat hun kind hoogbegaafd is. Dat is begrijpelijk, maar bij een onderpresterend kind is dat lastig. Een kind dat jarenlang heeft geleerd om niet te laten zien wat het kan, doet dat ook in een test. Het resultaat valt dan lager uit dan de werkelijke aanleg. Daarom zegt een IQ-score bij deze kinderen minder dan je zou willen.

Een goed onderzoek kijkt daarom verder dan alleen het getal: naar het profiel, de werkhouding, de faalangst en wat er thuis en op school speelt. Op de pagina over onderzoek naar hoogbegaafdheid lees je wanneer een onderzoek zinvol is en wanneer je beter eerst kunt begrijpen wat er aan de hand is.

Hulp bij onderpresteren

In Traject BAMM werk ik met je kind en met jou. Je kind ontdekt opnieuw wat het kan, leert hoe leren werkt en leert omgaan met de angst en frustratie die eronder zitten. Jij leert hoe je thuis weer naast je kind komt te staan in plaats van tegenover. En waar nodig denk ik mee met school.

Ik ben hoogbegaafdheidsspecialist, ACT4kids-therapeut en systemisch coach. Ik stond veertien jaar voor de klas en ben moeder van vier hoogbegaafde dochters. Ik ken het onderpresteren van beide kanten. Meer over mijn aanpak lees je bij begeleiding van een hoogbegaafd kind. Een kennismaking is gratis.

Veelgestelde vragen over onderpresteren bij hoogbegaafdheid

Kan een hoogbegaafd kind echt onvoldoendes halen?

Ja, en het komt vaker voor dan je denkt. Hoogbegaafdheid zegt iets over aanleg, niet over prestaties. Een kind dat zich verveelt, faalangstig is of nooit heeft leren leren, kan onvoldoendes halen terwijl het heel veel kan.

Mijn kind is gewoon lui. Of niet?

Luiheid bestaat bij kinderen eigenlijk niet. Wat lui lijkt, is bijna altijd iets anders: verveling, angst, frustratie of opgegeven zijn. Een kind dat thuis uren aan één stuk met iets bezig kan zijn, is niet lui. Het is op school de reden kwijt om zijn best te doen.

Vanaf welke leeftijd begint onderpresteren?

De eerste signalen zie je vaak al in groep 3 of 4, als het kind merkt dat het anders is dan de rest. Echt zichtbaar wordt het meestal in de bovenbouw of in de brugklas, als er voor het eerst moeite gedaan moet worden en het kind geen gereedschap heeft.

Komt onderpresteren vaker voor bij meisjes?

Meisjes passen zich vaak beter aan en vallen daardoor minder op. Ze presteren “gewoon goed” terwijl ze veel meer kunnen. Jongens laten het vaker zien in gedrag: clownen, verzet, onvoldoendes. Beide vormen zijn onderpresteren, maar bij meisjes wordt het vaker gemist.

Kan onderpresteren nog gekeerd worden in de brugklas?

Ja. Het vraagt wel iets van het kind, van thuis en van school. Hoe ouder het kind, hoe meer het zelfbeeld is gaan vastzitten. Maar ook een puber kan opnieuw ontdekken wat het kan, als het zich begrepen voelt en de juiste uitdaging krijgt.

Tot slot

Onderpresteren bij een hoogbegaafd kind is geen teken dat het toch niet zo slim is. Het is een teken dat het ergens is vastgelopen: in de verveling, in de angst, in het aanpassen of in het nooit hebben hoeven leren. Hoe eerder je dat ziet, hoe makkelijker de cirkel te doorbreken is. Begin thuis: ga naast je kind staan, zoek waar de energie nog zit en laat het merken dat je het ziet. Ook zonder cijfers.

Wil je samen uitzoeken wat er bij jullie speelt? Plan een gratis kennismaking of begin met de hoogbegaafd kind test.

Alice Tol, hoogbegaafdheidsspecialist bij Praktijk BAMM
Over de schrijver

Wil je samen kijken wat jouw kind nodig heeft?

Dit artikel is geschreven door Alice Tol, hoogbegaafdheidsspecialist, ACT4kids-therapeut en systemisch coach in Urk. Ze stond veertien jaar voor de klas en is moeder van vier hoogbegaafde dochters. In haar praktijk helpt ze kinderen en ouders terug naar rust en begrip, thuis en op school.

GRATIS E-BOOK

Hoogbegaafd & toch gedoe

door Alice Tol
Voor jou!
Gratis e-book

Hoogbegaafd & toch gedoe

Snel denken, diep voelen, en thuis toch zo vaak gedoe? In dit e-book lees je waarom dat bij hoogbegaafde kinderen zo werkt, en wat jij vandaag al anders kunt doen. Gratis, direct in je inbox.

Wat je leert:
  • Waar het gedoe bij hoogbegaafde kinderen vandaan komt (en waarom het thuis het hardst binnenkomt)
  • Waarom “gewoon streng zijn” bij deze kinderen averechts werkt
  • Drie dingen die je vandaag al anders kunt doen

Geen spam. Je krijgt het e-book direct, daarna af en toe een tip. Uitschrijven kan met één klik.

Lees ook

Meer over hoogbegaafdheid bij kinderen